Ons waarderingsklimaat kan wel wat opwarming gebruiken!

Categorieën: Nieuwsartikelen

Ons waarderingsklimaat kan wel wat opwarming gebruiken

 

Nederlanders lijken beter te zijn in zeiken dan in liken. Wie pleit voor meer complimenten, loopt kans om niet serieus te worden genomen. Zonde, want complimenten zijn ‘de olie in de motor van een organisatie’.

In een recente aflevering van De Luizenmoeder heeft schoolhoofd Anton ‘een ontzettend geinig out-of-the-box-experiment’ bedacht. Hij wil ‘de studiedag content meegeven’ door zijn mensen een dag voorafgaande met elkaar mee te laten lopen. Doel is dat ze elkaar daarna positive feedback geven. Dit loopt volledig uit de hand. Het kost de grootste moeite om truttige complimentenzonnetjes in te vullen. En de studiedag eindigt in een genadeloze bitchfight tussen de juffen Ank en Helma.

De Luizenmoeder legt zo onder een vergrootglas hoe gênant wij Nederlanders het vinden om elkaar op het werk te complimenteren. De in Nederland en Frankrijk wonende coach, cartoonist en schrijver Jancees van Westering vermoedt dat dit te maken heeft met onze doe-maar-gewoon-volksaard. ‘Fransen hebben een groter vermogen om openlijk enthousiast te zijn over prestaties van anderen.’ Hij kan zich nogal ergeren aan het woord complimentje. ‘Zijn we dan zo geremd dat we het begrip moeten verkleinen?’ Een compliment is volgens hem van vitaal belang. ‘Het is de olie in de motor van een organisatie.’

In zijn boek Helemaal top… maar het kan nog veel beter pleit Van Westering voor een beter waarderingsklimaat. ‘Organisaties zouden hun gêne over dit onderwerp moeten overwinnen en zich af moeten vragen: hoe sterk zijn wij in waarderen en kritiseren?’ Een goede werksfeer kenmerkt zich volgens hem door een mix van complimenten en kritiek. In zo’n omgeving kunnen medewerkers goed presteren. ‘Een compliment versterkt je gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen en opbouwende kritiek houdt je scherp.’

Waarderingsbeperking

Een kil waarderingsklimaat kan meerdere oorzaken hebben. Dit kan liggen aan narcistische of perfectionistische leiders of andere ‘mensen met een waarderingsbeperking’, zoals Van Westering ze noemt. Ook kan drukte de oorzaak zijn: in alle haast is er te weinig aandacht. Dat is zonde, vindt hij. ‘Waardering hoeft niet altijd veel tijd te kosten. Dat geldt vooral bij de eerste, existentiële functie van waarderen: iemand het gevoel geven dat hij/zij welkom is. Dat soort waarderen kan subtiel met een belangstellende vraag of een klein gebaar, zoals een schouderklop.

‘Voor de tweede functie van waarderen – iemand laten weten dat hij iets goed heeft gedaan – is meer tijd nodig. Je moet je verdiepen in wat de persoon heeft gedaan en duidelijk onder woorden brengen wat je daar precies van vindt.’

Wie streeft naar een goed waarderingsklimaat, komt er niet met obligaat positivisme. Complimenten die niet gemeend zijn, missen doel. En bij een overmaat aan complimenten treedt ‘een inflatie van het bravo’ op. Van Westering: ‘Ook kan bij de ontvanger de uitdaging om dingen beter te doen wegvallen.’ Kritiek geven op dingen die niet goed zijn gegaan, hoort er dus net zo goed bij.

Kameraadschappelijke kritiek

Kritiek geven is een kunst, waarbij het aankomt op doseren en het zich inleven in de ontvanger. ‘Met kritiek begeef je je altijd in een mijnenveld’, stelt Van Westering. Bij zijn coachklanten – ook als zij erg succesvol zijn – verbaast hij zich over hoe kwetsbaar ze blijven. ‘Elke kritiek, of het uitblijven van waardering, kan binnenkomen als een frontale aanval op het zelfvertrouwen. Veel hangt af van de woorden die de kritiekgever kiest.’

Als prestaties worden bekritiseerd met: ‘En dat vind jij goed?’, kan dat zeer dreigend overkomen. Een beetje minder dreigend is: ‘Dit moet veel beter.’ Terwijl de derde variant, ‘Dit kun jij (met jouw hoge niveau) veel beter’, ook als een compliment kan worden opgevat.

Wie kritiek geeft, doet er volgens Van Westering verstandig aan te blijven uitstralen dat de ontvanger er mag zijn. ‘Ik noem dat kameraadschappelijke kritiek.’ De ideale baas lijkt volgens hem op een vriend: hij waardeert je om wie je bent en geeft je gemeende kritiek omdat hij werkelijk wil dat jij iets beter leert doen.

Zulke kameraadschappelijke kritiek is overigens niet besteed aan schoolhoofd Anton van De Luizenmoeder. Als de zich voor hem uitslovende vrijwilligster Nancy een memorystick heeft gewist, bijt hij haar toe: ‘Kun jij dan echt helemaal niets?’

De valkuilen van feedbackbijeenkomsten

Bijeenkomsten waarbij het de bedoeling is om elkaar te complimenteren, zijn levensgevaarlijk. Althans, als De Luizenmoeder een kern van waarheid bevat. Daarnaast is het ook oppassen met ‘feedbackbijeenkomsten waarbij mensen elkaar even flink de waarheid zeggen’, waarschuwt Van Westering in zijn boek. ‘Hersenonderzoek toont aan dat je bij negatieve feedback stresshormonen aanmaakt. Ons primitieve brein ruikt gevaar en bereidt zich voor op vechten of vluchten. Dat is niet bevorderlijk voor inventiviteit of creativiteit.’

Op zoek naar een opleiding of training over hoe je op een goede manier feedback aan collega's kunt geven? Deze vind je hier.

Reageer

CAPTCHA ImageNieuwe codeSpeel de code af
Auteur
Intermediair
Publicatie datum
2-4-2019 10:00
Deel dit artikel
LEF Recruitment gebruikt cookies om bepaalde voorkeuren te onthouden en vacatures af te stemmen op je interesses.
Close